Kijk, kijk! Het is winter! De lucht is blauw en de bomen zijn wit. De sneeuw ligt op de grond. Drie vriendjes, Max, Sam en Tom, zijn heel blij. Ze willen helpen. Ze willen hun huizen en tuinen klaar maken voor de winter.
“Wat gaan we doen?” vraagt Max.
“We gaan de sneeuw opruimen!” zegt Sam.
“Ja! En we gaan de vogels voeren!” roept Tom.
De jongens trekken hun warme jassen aan. Ze doen hun mutsen op en trekken hun handschoenen aan. “Kijk naar mijn handschoenen!” zegt Max. “Ze zijn rood!”
“En mijn muts is blauw!” zegt Sam.
“Mijn sjaal is groen!” zegt Tom. Ze lachen en springen in de sneeuw.
Eerst lopen ze naar de tuin. De sneeuw is hoog. “We moeten de sneeuw wegduwen,” zegt Tom. Ze beginnen te duwen en te scheppen. “Dit is leuk!” zegt Sam. “Ja, heel leuk!” zegt Max. De jongens maken een pad naar de deur. Het pad is mooi en recht.
“Nu moeten we de vogels helpen,” zegt Tom. Ze nemen wat zaadjes. “Waar zijn de vogels?” vraagt Sam. “Kijk daar!” zegt Max. Ze zien een klein vogeltje. Het is een blauwe vogel. “Hé, vogel! Hier is eten!” roept Tom. De vogel komt dichterbij. “Hij is zo schattig!” zegt Max.
De jongens zitten in de sneeuw en kijken naar de vogel. “Wat een leuke winterdag!” zegt Sam. “Ja, we hebben veel gedaan!” zegt Tom. “Laten we naar binnen gaan en warme chocolade drinken!” zegt Max. De jongens rennen naar binnen, lachen en praten over hun leuke dag.
Als ze binnen zijn, is het warm. “Dit is fijn!” zegt Tom. Ze zitten met een grote mok warme chocolade. “Proost!” zeggen ze samen. De winter is leuk. De vrienden zijn blij. Samen helpen ze, samen spelen ze, en samen genieten ze van de winter.
“Tot de volgende keer!” zeggen ze. En dat is de magie van de winter.