Lotte is een klein meisje. Lotte kijkt naar buiten. Alles is wit. Sneeuw ligt op het gras. De lucht is grijs. Lotte lacht. Ze zegt: “Mama, ik wil naar buiten!” Mama helpt Lotte met haar jas. Lotte krijgt dikke laarzen. Ze krijgt een warme muts. Mama doet Lotte's sjaal om.
Buiten voelt Lotte de koude lucht op haar wangen. Ze zegt: “Brr, koud.” Mama lacht. “De winter is koud, Lotte.” Lotte steekt haar handen uit. Kleine vlokjes vallen op haar handschoen. “Sneeuw is zacht,” zegt Lotte blij.
Lotte loopt langzaam over het pad. Ze ziet haar adem als wolkjes. Ze kijkt naar de bomen. Er zitten geen blaadjes meer aan. Een vogel zit in de boom. “Dag, vogel,” zegt Lotte zacht.
Na even spelen zegt mama: “Wil je warme melk?” Lotte zegt: “Ja.” Binnen gaan ze op de bank zitten. Mama en Lotte drinken warme melk. Lotte voelt zich blij en veilig.
Lotte vindt de winter fijn, want samen zijn is warm.
Samen zijn maakt elke dag mooi, ook als het koud is.