Tommy is een klein jongetje van twee jaar. Het is avond. De zon gaat onder. De kamer wordt donker. Tommy voelt zich een beetje bang.
"Mama," zegt Tommy. "Ik zie niets meer."
Mama komt snel. "Ik ben hier, Tommy," zegt ze. "Waarom ben je bang?"
"Het is donker," zegt Tommy. "Ik zie geen speelgoed."
Mama knielt naast hem. "Kijk," zegt ze. "Ik heb een lampje." Ze zet het lampje aan. Het straalt een warm licht.
"Wow!" zegt Tommy. "Het is mooi!"
"Ja," zegt Mama. "Het licht maakt het minder donker. Kijk naar de schaduwen. Dat zijn geen monsters."
Tommy kijkt naar de schaduwen op de muur. "Dat zijn geen monsters?" vraagt hij.
"Nee," zegt Mama. "Dat zijn gewoon schaduwen van ons. We zijn veilig."
Papa komt binnen. "Wat is er aan de hand?" vraagt hij.
"Tommy is bang voor het donker," zegt Mama.
"Ik ben hier," zegt Papa. "Wil je een verhaaltje horen?"
"Ja, graag!" zegt Tommy.
Papa leest een verhaaltje voor. Tommy luistert. Het licht van het lampje maakt alles fijn.
Na het verhaal zegt Tommy: "Ik ben niet meer bang."
"Goed zo!" zegt Mama. "We zijn samen. Het is veilig."
Tommy glimlacht. Het donker is niet zo eng meer. Hij is blij met zijn lampje en zijn papa en mama.