Lieve konijntje, wat is er aan de hand?
“Het is donker, ik ben bang!” zegt het konijntje.
“Waarom ben je bang?” vraagt de vriend.
“De schaduw is groot. De nacht is zwart.”
“Kom, kijk eens omhoog,” zegt de vriend.
“Er zijn sterren, ze twinkelen zo mooi!”
“Ja, de sterren zijn helder,” zegt het konijntje.
“Ze maken de nacht niet zo eng.”
“Wil je een spelletje spelen?” vraagt de vriend.
“Ja, dat wil ik!” zegt het konijntje blij.
“We tellen de sterren, één, twee, drie.”
“En dan maken we een wens!”
“Wat wens je?” vraagt de vriend.
“Ik wens dat ik niet meer bang ben,” zegt het konijntje.
“Dat kan! Laten we samen spelen,” zegt de vriend.
“Met jou voel ik me veilig.”
“De nacht is stil, de wereld slaapt,” zegt de vriend.
“Luister naar de geluiden, die zijn fijn.”
“Wat hoor ik? Een uil hoot!” zegt het konijntje.
“En de wind fluistert zachtjes.”
“Zie je, het is niet eng,” zegt de vriend.
“Het is een mooie nacht, vol sterrenlicht.”
“Ja, het is fijn,” zegt het konijntje.
“Dank je, vriend, ik ben niet meer bang.”
“Laten we samen dromen,” zegt de vriend.
“Over avonturen in de nacht.”
“Ja, dat klinkt leuk!” zegt het konijntje.
“De nacht is niet zo eng, met jou aan mijn zij.”