Vosje ligt in bed. Het wordt donker. Vosje voelt het. "Ik ben bang," zegt hij zacht. Mama vos komt. Ze lacht warm. Ze zet een klein lichtje aan. Het lichtje is geel. Het voelt als een vleugje zon.
Mama houdt de hand. Ze zingt een kort lied. Vosje luistert. Hij hoort de zachte stem. Hij voelt de warme vacht van mama. Het voelt fijn. Het lichtje maakt kleine schaduwen. De schaduwen lijken te dansen. Vosje kijkt en lacht een beetje.
"Kom," zegt mama. Ze pakt een zachte knuffel. Vosje knuffelt. De knuffel ruikt naar thuis. Hij ademt rustig. Buiten hoor je de nacht. Een maan glimlacht. Een uil zegt hoee. Alles klinkt rustig.
Mama leert een spel. "Tel de lichtjes," zegt ze. Vosje telt: één, twee, drie. Hij telt de ster aan het raam. Het helpt hem kalm te worden. Soms gaat het lichtje aan en uit. Dat is oké. Mama blijft dichtbij. Papa geeft een kus. Vosje sluit zijn ogen. Hij slaapt met een klein glimlachje.
Een zacht licht en een warme hand helpen grote angsten klein te maken.