Luna is een klein meisje van drie jaar. Ze heeft een mooie kamer met een bed en zachte kussens. Maar 's nachts, wanneer het donker wordt, voelt Luna zich een beetje bang.
“Mama, ik zie niets! Het is zo donker,” zegt Luna met een kleine stem.
Mama komt snel. “Het is oké, Luna. Het donker is niet eng. Kijk, ik heb een lampje voor je.”
Mama zet het lampje aan. Het straalt een warm licht. “Zie je? Het licht maakt de schaduwen weg.”
Luna kijkt naar de schaduwen op de muur. “Die schaduwen zijn een beetje raar,” zegt ze zachtjes.
Mama glimlacht. “Laten we ze een naam geven! Dit is Schaduwbeer en dat is Schaduwkat.”
Luna lacht. “Schaduwbeer en Schaduwkat. Dat klinkt leuk!”
“Ja! Laten we een verhaal vertellen over Schaduwbeer en Schaduwkat,” stelt Mama voor.
Luna knikt. “Ja, vertel het verhaal!”
“Schaduwbeer en Schaduwkat zijn beste vrienden. Ze spelen elke nacht in het donker. Ze hebben niet veel licht, maar ze zijn dapper.”
“Dapper!” roept Luna.
“Ja! Als ze bang zijn, tellen ze samen tot tien. Eén, twee, drie…”
Luna telt mee. “Vier, vijf, zes…”
“Zeven, acht, negen, tien! Kijk, het donker is nu minder eng,” zegt Mama.
Luna voelt zich beter. “Dank je, Mama. Schaduwbeer en Schaduwkat zijn leuk!”
“Zeker! Je kunt altijd met ze spelen als het donker is. En je hebt altijd mijn lampje.”
Luna knikt. “Ik ben niet meer bang. Ik hou van het donker met mijn vrienden!”
Mama geeft Luna een kus. “Slaap lekker, Luna. Droom maar zoet.”
Luna sluit haar ogen met een glimlach. Ze denkt aan Schaduwbeer en Schaduwkat. Het donker voelt nu warm en veilig.