Mila zit op haar knieën in haar bedje. Het is bijna tijd om te slapen. Mama doet het licht zachtjes uit. Klik! Het kamertje wordt een beetje donker. Mila kijkt rond. Alles is stil. Ze hoort haar eigen adem: “Pfff...”
Mila pakt haar knuffelbeer. “Beer, zie jij het donker?” fluistert Mila. Beer zegt niks, maar Mila lacht zachtjes: “Jij bent niet bang!”
Mama komt terug. “Dag lieve Mila, ben je klaar om te slapen?” Mila wijst naar het raam. “Donker buiten.” Mama knikt. “Ja, het is nacht. Kijk, de maan is rond. Zie je haar daar?”
Samen kijken ze naar het kleine lichtje van de maan. “Maan zegt: slaap lekker!” zegt mama. Mila lacht: “Dag maan!”
Mama geeft Mila een klein lampje. Klik! Er komt zacht geel licht. “Zie je, Mila? Het donker is nu een beetje licht.” Mila kijkt en zegt: “Mooi lichtje. Niet bang.”
Dan hoort Mila iets: “Tok-tok!” Mama tikt zacht op de muur. “Dat is de muur, Mila. Alles is hier, net als overdag.” Mila tikt ook: “Tok-tok! Hallo muur!” Ze giechelt.
Mama zingt zachtjes. “Nu gaan we slapen, Mila.” Mila sluit haar ogen. Ze hoort “Mmm... hmm...” van mama's stem. Beer ligt naast haar. Mila voelt zich warm en veilig.
Als Mila nog eens haar ogen open doet, ziet ze haar lampje, haar beer en mama vlakbij. Het donker is nu rustig en zacht. Mila geeuwt: “Aaaah...”
Mama kust Mila. “Welterusten, liefje.” Mila draait zich om en zegt: “Niet bang. Donker is stil.”
Samen vallen ze in slaap, met een glimlach.
Donker is niet eng als je kijkt, luistert en samen bent: dan voel je je veilig.