Tom is een man. Tom is in een kleine raket. Jij zit ook bij Tom. Je zit veilig vast.
Tom drukt op een knop. « Start, » zegt Tom. De raket zoemt. Het raam trilt een heel klein beetje. Dan is het stil en zacht.
Buiten is de lucht zwart. Je ziet veel lichtjes. « Sterren, » zegt Tom. Tom wijst. Jij kijkt.
Tom leest een kaart op een scherm. Hij tikt. Pieptoon. « Alles goed, » zegt Tom. Jij lacht.
De raket gaat naar de maan. Tom doet het rustig. Eerst kijken. Dan klikken. Dan wachten. « Zo doen we het, » zegt Tom.
Bij de maan ziet Tom iets kleins. Een ronde steen met een glim lampje. Het is een robot. De robot rolt. « Pie-pie, » zegt de robot.
De robot geeft een doosje. Tom opent het. Er zit een koekje in. Het koekje is in de vorm van een ster. Tom breekt het koekje. Jij krijgt een stuk. Tom krijgt een stuk. Kruimels zweven. Tom veegt ze weg met een doekje.
Tom drukt nog een knop. « Naar huis, » zegt Tom. De raket zoemt weer. Thuis is er warme melk.
Moraal: Als je rustig en samen werkt, voelt zelfs de ruimte lief en veilig.