Ben zit in zijn stoel in de raket. De raket is wit en groot. De knoppen zijn rood en blauw. Ben houdt de knoppen vast.
“Goedemorgen, raket,” zegt Ben. De raket bromt zacht. Ben lacht. De zon schijnt door het raam. Buiten is alles stil. Ben voelt zich blij.
Ben drukt op de blauwe knop. De raket bromt harder. “We gaan op reis,” zegt Ben. De raket stijgt langzaam. Ben kijkt naar buiten. Alles wordt klein. Het huis wordt een stip. De tuin verdwijnt.
Ben zweeft in de lucht. Hij kijkt naar zijn schoenen. Ze zweven ook. “Hallo, schoenen,” zegt Ben. De schoenen zwaaien zachtjes heen en weer. Ze maken geen geluid. Ben lacht weer.
“Welke knop nu?” vraagt Ben. De rode knop knippert. Ben drukt erop. Het scherm laat sterren zien. Kleine witte puntjes. “Kijk, sterren,” zegt Ben. De sterren knipogen. Ze zijn ver weg. Ze lijken dichtbij.
Ben pakt zijn knuffelbeer. De beer is bruin en zacht. “Kom mee, beer,” zegt Ben. De beer glimlacht. Samen kijken ze naar de maan. De maan is rond en mooi. “Dag, maan,” zegt Ben. De maan glimlacht terug.
Plots is er een raar geluid. Ben schrikt een beetje. “Wat is dat?” vraagt hij. Op het scherm ziet hij een groene bol. Het is een planeet. Ben drukt op de gele knop. De raket stopt netjes. Alles is veilig. Ben voelt zich rustig.
Ben zwaait naar de planeet. “Tot ziens, planeet!” zegt hij. Dan drukt Ben op de thuis-knop. De raket draait langzaam om. Ze vliegen terug naar huis. Ben kijkt naar de aarde. De aarde is blauw en lief.
Ben landt zacht. Mama wacht op hem. “Welkom thuis, Ben!” zegt mama. Ben lacht groot.
Samen is alles fijn.
Altijd rustig blijven en samen ontdekken is mooi.