Er was eens een lieve man genaamd Tom. Tom woonde in een klein huisje naast een groot bos. Op een dag vond Tom een glinsterende steen in het gras. "Wat een mooie steen!" zei Tom blij.
Toen Tom de steen aanraakte, gebeurde er iets magisch. Poef! Hij stond in een prachtig sprookjesbos. Het bos was vol met kleurrijke bloemen en zingende vogels. De lucht rook naar zoete honing. Tom keek om zich heen met grote ogen.
"Hallo, Tom," klonk een zachte stem. Het was een kleine fee met vleugels als regenboog. "Ik ben Fee Lila. Kun jij me helpen?" vroeg ze vriendelijk.
"Ja, ik wil helpen!" zei Tom dapper.
Fee Lila vertelde over een fontein die geen water meer gaf. "De fontein is verdrietig," zei Lila. "Kun jij de fontein blij maken?"
Tom knikte. Hij liep naar de fontein. "Hallo, fontein," zei Tom zacht. "Waarom ben je verdrietig?"
De fontein zuchtte. "Ik mis de zon," zei de fontein. "Zonder zon kan ik niet stralen."
Tom dacht na. Hij keek naar de lucht en zag een mooie regenboogbrug. Met Fee Lila vloog hij naar de brug. Samen duwden ze de wolken weg. De zon kwam tevoorschijn en straalde fel.
De fontein begon te borrelen en te zingen van vreugde. "Dank je, Tom!" riep de fontein blij.
Tom lachte. Hij voelde zich trots en blij. Fee Lila zwaaide met haar toverstok en poef! Tom was weer thuis.
"Magie is overal," fluisterde Tom. En hij wist dat hij altijd kon helpen, met een beetje moed en een groot hart. En zo leefde Tom gelukkig en tevreden, omringd door de magie van de natuur.
Einde.