In een stil land vol zacht licht woonde een jonge man, Sam. Sam liep elke dag over een pad van mos. Het mos was als een groen dekentje.
Op een avond zag Sam een klein lichtje bij een boom. Het was een toverster, zo klein als een erwt. Het lichtje wiegde heen en weer, als een wiegje.
Sam bukte. “Hallo,” zei Sam.
“Hallo,” zei de ster. “Ik ben moe. Ik wil naar de vijver.”
Sam knikte. “Ik help jou.” Hij hield zijn hand als een kom. De ster ging erin zitten. Sam liep langzaam. Zijn stappen waren zacht, als veertjes.
De lucht glansde. De maan keek mee, rond en lief. Bij het pad stond een bloem die ook licht gaf. “Neem mij mee,” zei de bloem.
Sam lachte. “Kom maar.” Hij droeg ook de bloem.
Bij de vijver was het water stil. Het water was als een spiegel. Sam zette de ster op een blad. De bloem boog zich over het water. Plop, een drupje licht viel in de vijver. Toen gingen er kleine lampjes aan, overal. Het pad werd weer helder.
De ster zei: “Dank je, Sam.” Sam voelde warm in zijn borst.
Moraal: Als je zacht helpt, gaat er licht aan in elk hart.