Er was eens een kleine fee, genaamd Lila. Lila woonde in een betoverd bos vol met bloemen die zongen en bomen die dansten. Elke ochtend fladderde Lila naar de regenboogbrug. De brug was magisch en maakte iedereen blij.
Op een dag was de regenboogbrug verdwenen. Het bos was stil. De bloemen zongen niet meer. "Oh nee," zei Lila, "ik moet de brug vinden."
Lila vloog naar de glinsterende grot. "Hallo, lieve grot," zei ze. De grot fluisterde terug: "De brug is verstopt! Zoek de gouden fontein."
Lila vond de gouden fontein. Het water spatte en schitterde. "Oh, fontein," zei Lila, "waar is de brug?"
De fontein glimlachte. "Jouw moed en vriendelijkheid brengen de brug terug." Plotseling verscheen de regenboogbrug. Het bos vulde zich met zang en dans.
Lila lachte. "Dank je, fontein," zei ze. "Vriendelijkheid en moed zijn magisch."
En zo leefde Lila gelukkig en het bos was weer vol vreugde.