Er was een lieve vrouw, zij heette Noor.
Noor woonde bij een meer met zacht water.
Elke ochtend liep Noor langs het stille pad.
De zon keek mee, warm en rustig vandaag.
Op het pad lag een klein wit lichtje.
Het lichtje tikte, heel vrolijk en zacht vandaag.
"Hallo Noor," zegt het lichtje, "wil je mee?"
Noor lacht en knikt, zij pakt haar mand.
Samen lopen zij langs bomen met stille glans.
Een vogel zingt een helder, vrolijk liedje daar.
Het lichtje wijst een brug van zachte stenen.
Daar zit een muisje met een natte snor.
Noor hurkt en veegt de druppels voorzichtig weg.
"Dank je," piept de muis, "ik voel me fijn."
Ze lopen verder en komen bij een heldere boom.
Onder de boom staat een kleine lieve fee.
De fee draagt een lint van warm licht.
"Voor jou," zegt de fee, "voor je zachte hart."
Noor voelt het lint en straalt heel mooi.
Het lint danst en wijst een veilig klein pad.
Samen brengen zij het lichtje naar het meer.
Het meer zucht zacht en geeft kusjes van schuim.
Noor zit neer, de fee zit naast haar.
Ze drinken warme thee met zoete honing samen.
Het lichtje slaapt, Noor zingt een zacht liedje.
De avond is mild, het land slaapt ook.
Noor dankt de fee, en knijpt haar hand.
Samen gaan zij rustig terug naar huis vandaag.
Het lint hangt zacht aan de deur van Noor.
Het lichtje blijft, een lief klein sterretje hier.
Lief zijn en helpen maken iedereen blij.