Er was eens een lieve man genaamd Tom. Op een dag wandelde hij door het bos. Het bos was groot en groen. De bomen fluisterden zachtjes. "Kom hier, kom hier," zeiden de bladeren.
Tom zag een klein lichtje. Het lichtje danste en sprong. "Wat is dat?" vroeg Tom. Het was een kleine fee. Ze had vleugels die glinsterden als sterren.
"Hallo," zei de fee. "Ik ben Floria. Wil je met me mee naar een magisch land?"
"Ja, graag," zei Tom. Hij was nieuwsgierig. Floria zwaaide haar toverstokje. Poef! Tom en Floria waren in een prachtig koninkrijk.
Het koninkrijk had een kasteel dat straalde als de zon. Er waren bloemen in alle kleuren. "Wat mooi!" riep Tom. Floria glimlachte. "Dit is het land van dromen," zei ze.
Maar er was een probleem. De bloemen waren verdrietig. Ze wilden niet bloeien. "Waarom zijn jullie verdrietig?" vroeg Tom.
"We hebben geen zon," zeiden de bloemen. Tom dacht na. "Ik zal helpen," zei hij dapper. Hij klom naar de top van een hoge berg. Daar vond hij de zon, verstopt achter een wolk.
"Kom tevoorschijn, lieve zon," zei Tom zachtjes. De zon gluurde naar beneden en glimlachte. "Dank je, Tom," zei de zon en scheen weer helder.
De bloemen bloeiden weer. Ze dansten in de wind. "Dank je, Tom," zongen ze vrolijk. Floria klapte in haar handen. "Je hebt het koninkrijk gered!"
Tom glimlachte. Hij voelde zich blij en trots. "Dank je, Floria," zei hij. "Het was een magisch avontuur."
En zo ging Tom terug naar huis, met een hart vol vreugde en een hoofd vol dromen. En elke keer als hij naar de sterren keek, dacht hij aan het magische land en zijn lieve vriend, de fee Floria. En iedereen leefde nog lang en gelukkig.