In de ruimte is het stil. Heel stil. Maar er zijn sterren. Mooie sterren.
Anna is een slimme vrouw. Ze werkt in de ruimte. Ze is ingenieur. Ze draagt een blauw pak.
"Anna, de station is kapot," zegt de computer. "Oh nee," zegt Anna. "Wat nu?"
Anna kijkt naar de grote schermen. Ze ziet sterren. Ze ziet de aarde. Ze ziet de kapotte machine. "Ik maak het," zegt Anna. Ze is dapper.
Anna pakt haar gereedschap. "Kijk, een schroevendraaier!" zegt ze. "Kijk, een hamer!" zegt ze.
Anna draait en tikt. Ze werkt en werkt. "Bijna klaar," zegt Anna. Ze glimlacht.
De machine werkt weer. "Goed gedaan, Anna!" zegt de computer. "Dank je," zegt Anna blij.
Anna kijkt uit het raam. Ze ziet de sterren. Ze ziet de aarde. "Wat een mooie plek is de ruimte," zegt Anna. Ze is trots.
Anna rust uit. Ze voelt zich blij en veilig. "Tot morgen, sterren," fluistert ze. De sterren knipperen terug.