Lina en haar vriendinnen spelen in de tuin. Het is een mooie dag. Ze lachen en rennen. Maar als de zon ondergaat, wordt het donker. Lina voelt zich een beetje bang. "Ik zie niets," zegt ze. "Het is eng."
Haar vriendinnetje Sara zegt: "Geen zorgen, Lina. Wij zijn hier!" De meisjes houden elkaars hand vast. "We zijn samen," zegt Sara. "Samen is fijn."
Lina kijkt naar de sterren. "Kijk, sterren!" zegt ze. "Ze zijn mooi." Haar andere vriendin, Mia, knikt. "Ja, heel mooi! De sterren zijn onze vrienden."
Lina voelt zich beter. "Maar het is nog steeds donker," zegt ze. "Wat als ik bang ben?"
Sara zegt: "Als je bang bent, tel dan tot tien. Dat helpt!"
Lina knikt. "Oké, ik tel. Eén, twee, drie..."
Mia zegt: "En als je wilt, kun je bij mij komen slapen. Dat is gezellig!"
Lina lacht. "Ja, dat is gezellig!"
De meisjes gaan naar binnen. Ze maken het gezellig met kussens en dekens. "Kijk, we maken ons eigen fort!" zegt Sara.
Lina voelt zich veilig in het fort. "Het is leuk hier," zegt ze. "Ik ben niet meer bang."
Mia zegt: "Als het donker is, blijven we samen."
Lina knikt. "Ja, samen is fijn."
De meisjes vallen in slaap, veilig en gelukkig. De sterren kijken naar hen en glimlachen.