De Ruimtepilote en de Sterrenkinderen
Er was eens, heel ver weg in de toekomst, een mooie wereld vol sterren en planeten. De lucht was blauw en de zon scheen helder. Mensen hadden grote ruimteschepen, die snel als de wind konden vliegen. Iedereen droomde van de sterren.
Op een dag was er een ruimtepilote, haar naam was Mira. Mira had een groot, glimmend ruimteschip. Het schip was geel met blauwe stippen. “Hallo kinderen!” zei Mira vrolijk. “Klaar voor avontuur?” De kinderen juichten. Ze waren winnaars van een wedstrijd en mochten met Mira naar de sterren vliegen.
Mira zei: “Kijk naar de sterren! Ze zijn zo mooi!” De kinderen keken en zagen twinkelende sterren. “Wauw!” zeiden ze. Het ruimteschip steeg op. “Vlieg, vlieg, vlieg!” zongen de kinderen. Ze vlogen door de ruimte, langs kleurrijke planeten en grote kometen.
“Dat is een nevel!” riep Mira. “Het is als een grote wolk van sterren!” De kinderen glimlachten. “Wat mooi!” zeiden ze.
Plotseling kwamen ze bij een onbekende planeet. “Wat is dat?” vroeg een kind. “Laten we het ontdekken!” zei Mira. Samen gingen ze naar beneden. De grond was zacht en de lucht was zoet.
“Dit is leuk!” riep een kind. “Ja, ontdekken is leuk!” zei Mira. Ze speelden en lachten onder de sterren.
Na het avontuur zei Mira: “Het is tijd om naar huis te gaan.” De kinderen knikten. “Dank je, Mira!” zeiden ze. “Het was geweldig!”
Mira glimlachte. “Tot de volgende keer, sterrenkinderen!” En zo vlogen ze weer naar huis, met mooie dromen over de sterren.