Een kleine, vrolijke sneeuwpop heette Sneezy. Sneezy had een mooie, ronde buik van sneeuw en een grote wortel als neus. Het was winter en de wereld was bedekt met een dikke, witte laag sneeuw. Sneezy was zo blij!
"Vandaag ga ik spelen in de sneeuw!" zei Sneezy. "Ik ga skiën!"
Sneezy rolde naar de heuvel. De lucht was koud en fris. De zon scheen helder. "Dit wordt leuk!" riep Sneezy.
Sneezy zette zijn kleine ski's aan. "Klaar, set, go!" zei Sneezy en hij glibberde naar beneden. "Woehoe!" lachte hij. De sneeuw spatte op terwijl hij naar beneden gleed.
"Dat was geweldig!" zei Sneezy. "Ik wil het nog een keer doen!" En zo ging hij weer naar boven, stap voor stap.
"Ik kan skiën!" riep Sneezy blij. "Ik leer snel!"
Na een tijdje besloot Sneezy te gaan schaatsen. "Laten we schaatsen op het ijs!" zei hij. Sneezy gleed naar het bevroren meer. Het ijs was glad en glanzend.
"Wat leuk!" zei Sneezy terwijl hij zijn pootjes op het ijs zette. Hij draaide rond en maakte een pirouette. "Kijk naar mij!"
De zon begon onder te gaan. Sneezy voelde zich warm van binnen. "Wat een fijne dag," zei hij. "Ik hou van de winter!"
Sneezy leerde dat winter leuk is. Spelen in de sneeuw is fijn. Samen spelen is het allerleukst!