Lukas kijkt naar buiten.
“Snow!” roept hij blij.
“Ja, sneeuw!” zegt mama.
Lukas gaat naar buiten. De sneeuw is wit en zacht.
“Voel je de sneeuw?” vraagt mama.
“Ja, ja!” zegt Lukas en hij pakt een sneeuwbal.
“Gooi hem, Lukas!” zegt mama.
Lukas gooit de sneeuwbal. Hij lacht.
“Meer sneeuw!” roept hij.
Mama maakt ook een sneeuwbal. “Hier komt hij!” zegt ze.
Ze gooit de sneeuwbal naar Lukas.
“Catch!” roept mama.
Lukas probeert te vangen. “Ik heb hem!” zegt hij trots.
Ze spelen samen in de sneeuw.
Lukas ziet een sneeuwpop. “Kijk, sneeuwpop!” zegt hij.
“Ja, een mooie sneeuwpop,” zegt mama. “Laten we er een maken!”
Lukas en mama rollen grote sneeuwballen.
“Zet de grote bal hier,” zegt mama.
“En de kleine bal hier,” zegt Lukas.
Ze maken de sneeuwpop.
“Wat een mooie neus!” zegt mama en ze plaatst een wortel op de sneeuwpop.
Lukas lacht. “Sneeuwpop, hoi!” zegt hij vrolijk.
“Dag, sneeuwpop!” zegt mama.
Ze spelen nog een tijdje.
Lukas is moe. “Mama, ik wil naar binnen,” zegt hij.
“Ja, we gaan warm worden,” zegt mama.
Ze gaan naar binnen.
Mama maakt warme chocolade. “Heerlijk, Lukas!” zegt ze.
Lukas neemt een slok. “Mmm, lekker!” zegt hij.
“Winter is leuk!” zegt Lukas.
“Ja, heel leuk,” zegt mama.
Lukas lacht en drinkt nog een slok. “Meer sneeuw morgen?” vraagt hij.
“Misschien!” zegt mama.
En zo had Lukas een fijne winterdag.