Lukas is een kleine jongen van achttien maanden. Het is winter en de wereld is wit en koud. De sneeuw valt zachtjes uit de lucht. Lukas kijkt door het raam. "Kijk, mama! Sneeuw!" roept hij blij.
Mama glimlacht en zegt: "Ja, schatje! Laten we naar buiten gaan. We gaan spelen in de sneeuw!" Lukas springt op en neer van vreugde. Hij trekt zijn warme jas aan, zijn muts en zijn handschoenen. "Ik ben een sneeuwman!" zegt hij lachend.
Buiten is alles wit. De sneeuw krast onder zijn kleine laarsjes. Lukas maakt een sneeuwbal. "Kijk, mama! Een sneeuwbal!" Mama lacht en zegt: "Gooi hem maar naar de boom!" Lukas gooit de sneeuwbal en ze valt op de grond. "Nog een keer!" roept hij.
Daarna maakt Lukas een sneeuwpop. "Dit is mijn vriend!" zegt hij trots. "Hij heeft een wortelneus!" Mama helpt hem met de ogen van steentjes. "Wat een mooie sneeuwpop!" zegt ze.
Als de zon ondergaat, zegt mama: "Lukas, het is tijd om naar binnen te gaan." "Nee, nog even spelen!" zegt Lukas. Maar mama zegt: "We hebben warme chocolademelk thuis." Dat klinkt goed! Lukas knikt en zegt: "Ja, chocolademelk!"
Thuis drinkt hij zijn warme chocolademelk. "Mmm, lekker!" zegt hij. Mama leest een verhaal over winter en sneeuw. Lukas luistert aandachtig. "Sneeuwvlokken dansen!" zegt mama. "Ja, dansen!" antwoordt Lukas.
De winter is leuk. De sneeuw is leuk. Samen met mama is het het leukst!