Lukas is een klein jongetje. Hij is twee jaar oud. Het is lente. De zon schijnt. De bloemen bloeien. Lukas is blij.
“Kom, mama!” roept Lukas. “Laten we naar de tuin gaan!”
Mama lacht. “Ja, dat is een goed idee, Lukas!”
In de tuin zijn veel kleuren. Rode bloemen, gele bloemen, en paarse bloemen. “Kijk, mama!” zegt Lukas. “Wat zijn dat voor bloemen?”
“Dat zijn tulpen,” zegt mama. “Ze groeien in de lente.”
Lukas kijkt naar de tulpen. “Ze zijn mooi!” zegt hij. “Mag ik helpen?”
“Ja, natuurlijk!” zegt mama. “We gaan de tuin klaarmaken voor de lente.”
Lukas pakt een klein schepje. “Ik ga graven!” zegt hij. Hij graaft in de grond. “Kijk, ik maak een gaatje!”
“Goed zo, Lukas!” zegt mama. “Nu kunnen we de zaadjes planten.”
Lukas krijgt een zakje met zaadjes. “Wat voor zaadjes zijn dit?” vraagt hij.
“Dat zijn zonnebloemzaadjes,” zegt mama. “Ze worden groot en geel.”
Lukas stopt een zaadje in het gaatje. “Ik help!” zegt hij blij. “Zonnebloemen zijn leuk!”
Mama en Lukas planten meer zaadjes. “Dit is leuk!” zegt Lukas. “Wat doen we nog meer?”
“We kunnen ook water geven,” zegt mama. “Water is belangrijk voor de planten.”
Lukas pakt de gieter. “Ik ga water geven!” zegt hij. Hij giet voorzichtig. “Planten drinken!”
“Ja, goed gedaan, Lukas!” zegt mama. “De planten zullen groeien.”
Lukas kijkt naar de tuin. “Komen er ook bijen?” vraagt hij.
“Ja, bijen komen voor de bloemen,” zegt mama. “Bijen zijn belangrijk voor de natuur.”
“Wat doen de bijen?” vraagt Lukas.
“Ze helpen de bloemen om te groeien,” zegt mama. “Dat is goed.”
De zon schijnt. De lucht is blauw. Lukas en mama lachen.
“Lente is fijn!” zegt Lukas. “Ik hou van de tuin!”
“Ja, het is een mooie tijd,” zegt mama. “Laten we samen spelen.”
Lukas en mama spelen in de tuin. Ze zien de bloemen en de bijen. Het is een vrolijke dag.
“Lente is leuk!” zegt Lukas. “Ik wil meer leren!”
“Dat kan,” zegt mama. “We leren samen.”
Lukas knikt. “Ja, samen leren is leuk!”
En zo genieten ze van de lente, samen in de tuin.