Het is lente. De zon schijnt en de lucht is blauw. Kleine Tim, twee jaar oud, speelt in de tuin. "Kijk, mama!", roept Tim blij. Hij ziet een mooie gele bloem. "Dat is een narcis," zegt mama. Tim ruikt aan de narcis. "Mmm, lekker!"
Tim ziet een vlinder fladderen. "Vlinder, vlinder!", roept hij. De vlinder is geel en zwart. Hij vliegt van bloem naar bloem. Tim zwaait naar de vlinder. "Dag vlinder!"
Mama heeft een idee. "Laten we een schat zoeken, Tim," zegt ze. Tim klapt in zijn handjes. "Ja, schat zoeken!" Samen lopen ze door de tuin. Tim ziet iets glinsteren. "Kijk daar, mama!" Het is een klein steentje, heel mooi en glanzend. "Schat gevonden!", lacht Tim.
Dan horen ze een vogeltje. "Tsjilp, tsjilp," zingt het vogeltje. Tim kijkt omhoog. "Hallo, vogeltje!" Het vogeltje zit op een tak en kijkt naar Tim.
Mama en Tim gaan zitten in het gras. Ze kijken naar de wolken. "Die wolk lijkt op een schaap," zegt mama. Tim lacht. "Bèèè," doet hij.
Het is een fijne lentedag. Tim is blij. Hij heeft bloemen gezien, een vlinder en een vogeltje. "Lente is mooi," zegt Tim. Mama knikt. "Ja, lente is heel mooi." Samen genieten ze van de zon en de frisse lucht.