Bertje de beer loopt door het bos. De zon schijnt. De bloemen bloeien. Bertje is blij. "Kijk, mooie bloemen!" zegt Bertje. De bijen zoemen. "Zoem, zoem," zegt Bertje.
Bertje ziet een vlinder. "Hallo, vlinder!" zegt Bertje. De vlinder fladdert. Bertje lacht. "Vlieg hoog, vlinder!"
Bertje wil spelen. Hij ziet zijn vriendjes, de konijntjes. "Kom, we spelen!" roept Bertje. De konijntjes springen. Bertje springt ook. "Hop, hop," zegt Bertje.
Bertje en de konijntjes vinden een schatkaart. "Een schat!" roept Bertje. Ze volgen de kaart. Ze zoeken goed. De zon schijnt. De lucht is blauw.
Daar is de schat! Het is een mand vol bloemen. "Wat mooi!" zegt Bertje. De konijntjes knikken. Ze ruiken de bloemen. "Mmm, lekker," zegt Bertje.
Bertje en de konijntjes maken tekeningen. Ze tekenen bloemen en vlinders. "Kijk, mijn tekening!" zegt Bertje. De konijntjes klappen. "Mooi, Bertje!"
Bertje is blij. "Lente is leuk!" zegt Bertje. De konijntjes knikken. Samen spelen ze verder. De zon schijnt. Het bos is vol leven. Bertje voelt zich fijn. "Dank je, lente," zegt Bertje.