Het is lente. De zon schijnt zacht op het gras. Kleine vogels fluiten in de bomen. Anna, een meisje van één jaar, zit in haar tuin. Ze lacht en klapt in haar handen.
Mama komt erbij zitten. "Kijk, Anna," zegt ze zacht, "bloemen!" Anna kijkt naar de gele bloemen. Ze ruiken lekker. Ze reikt uit naar een bloem en voelt hoe zacht hij is.
Een vlinder fladdert voorbij. Anna lacht en wijst. "Vlinder," zegt mama. De vlinder is blauw en geel. Hij danst op de bloemen. Anna klapt in haar handen. Ze voelt zich blij.
De lucht ruikt fris. Anna ruikt en lacht. Een lieveheersbeestje kruipt over haar hand. "Kijk," zegt mama, "hij is rood en zwart." Anna kijkt met grote ogen. Ze voelt de kleine pootjes op haar hand. Het kriebelt een beetje.
Mama pakt een blaadje. "Luister, Anna," zegt ze. Mama wrijft het blaadje. Het maakt een zacht geluid. Anna luistert en lacht. Het klinkt als een liedje.
De wind waait zacht. Het gras ruist. Anna luistert en wiegt heen en weer. Ze voelt de wind op haar wangen. Ze kijkt naar de blauwe lucht. De wolken drijven voorbij. Ze lijken op pluizige schapen.
Anna is moe van al het kijken en voelen. Mama tilt haar op. "Kom, we gaan naar binnen," zegt mama. Anna legt haar hoofd op mama's schouder. Ze voelt zich veilig en blij.
Buiten wordt het stil. De vogels fluiten zacht. Anna sluit haar ogen. Ze droomt van bloemen en vlinders.
Lente is de tijd om nieuwe dingen te zien en te voelen.