Lotte is twee jaar oud. Ze gaat naar de kleuterschool. Lotte vindt het leuk op school. Ze speelt met blokken en tekent met krijtjes. Maar als het donker wordt, is Lotte soms bang.
Op een dag ontmoet Lotte een nieuwe vriend op school. Zijn naam is Max. Max is een grote, pluizige beer. Max kan praten! Max zegt: "Hallo Lotte! Ik ben Max. Wil je vrienden zijn?"
Lotte lacht en knikt. "Ja, Max, ik wil vrienden zijn."
Max en Lotte spelen samen. Ze bouwen hoge torens van blokken. Ze lachen en klappen in hun handen. Max is heel aardig.
Maar als het tijd is om naar huis te gaan, zegt Lotte zacht: "Max, ik ben bang in het donker."
Max glimlacht en zegt: "Dat is oké, Lotte. Ik ben hier om je te helpen."
De volgende dag op school vertelt de juf over het donker. Ze zegt: "Het donker is niet eng. Het is als een grote, zachte deken."
Lotte denkt na. Ze vraagt aan Max: "Kun je me helpen als het donker is?"
Max knikt. "Ja, Lotte. We kunnen samen een liedje zingen. Zingen maakt het minder eng."
's Avonds, als het donker is, zingt Lotte met Max. "Twinkel, twinkel, kleine ster," zingen ze samen. Het donker voelt nu minder eng.
Lotte lacht. "Dank je, Max. Ik voel me nu beter."
Max lacht terug. "Je bent heel dapper, Lotte."
Lotte is blij. Ze weet dat het donker niet zo eng is met Max als vriend. En als ze bang is, weet ze dat ze kan zingen. Dat maakt alles beter.
Einde.