Lila is een klein meisje. Ze is vier jaar oud. Het is lente! De zon schijnt. De bloemen bloeien. Lila zegt: "Kijk, kijk! Bloemen zijn mooi!"
Lila loopt naar de tuin. Ze ziet een grote, gele bloem. "Wat een mooie bloem!" roept Lila. Ze ruikt aan de bloem. "Hmm, lekker!"
Lila ziet ook een bij. "Zoem, zoem, bij!" zegt ze. De bij vliegt van bloem naar bloem. "Wat doet de bij?" vraagt Lila. "De bij maakt honing!" zegt haar mama.
Lila wil ook helpen. "Mama, ik wil bloemen planten!" zegt ze. Mama geeft Lila een klein schepje. "Goed idee, Lila!" zegt mama. Lila graaft een klein gaatje. "Planten, planten!" zegt ze blij.
Lila plant zaadjes. "Groei, zaadjes! Groei!" zegt ze. Ze geeft de zaadjes water. "Hopelijk komt er snel een bloem!" zegt Lila.
Later gaat Lila op zoek naar paaseieren. "Waar zijn de eieren?" vraagt ze. Lila kijkt onder de struiken. "Kijk, een ei!" roept ze. Het ei is blauw.
Lila vindt nog meer eieren. "Eén, twee, drie eieren!" zegt ze. Ze lacht en danst. "Lente is leuk! Lente is fijn!"
Lila gaat naar binnen. "Dank je, lente!" zegt ze. "Tot morgen!"