Het is lente en de zon schijnt. Kleine Tim zit in de klas. Tim is blij. Vandaag leren ze over de lente. "Kijk, bloemen!" zegt juf Anna. Tim kijkt rond. Overal bloemen. Gele, rode, blauwe bloemen. Ze ruiken lekker.
Naast Tim zit Sam. Sam heeft een rolstoel. Maar dat maakt niet uit. Sam glimlacht. "Kijk, de vogels!" zegt Sam. Tim kijkt omhoog. Vogels vliegen in de lucht. Ze zingen mooie liedjes. "Tweet, tweet," zingen de vogels.
Juf Anna laat een plaatje zien. "Dit is een lentefestival," zegt ze. Kinderen dansen. Ze hebben bloemen in hun haar. Tim en Sam lachen. Ze willen ook dansen.
"Buiten spelen?" vraagt juf Anna. "Ja!" roepen Tim en Sam samen. Buiten is het warm. De zon schijnt. Tim en Sam rennen in het gras. Ze lachen en spelen.
"De lente is mooi," zegt Tim. "Ja," zegt Sam. "Lente is blij." Tim en Sam zijn blij. De lente is hun vriend.