Luca kijkt naar buiten. "Mama, kijk!" zegt hij blij. Het is lente. De zon schijnt. De bloemen bloeien.
"Ja, Luca! Het is mooi!" zegt mama. Ze staan bij het raam.
Luca wijst naar de tuin. "Bloemen, mama!"
"Ja, schatje. Kijk, de gele bloemen zijn de mooiste," zegt mama en ze knielt naast Luca.
Luca opent het raam. "Ruik, mama!"
"Wat ruik je?" vraagt mama.
"Zoet!" zegt Luca met een grote glimlach.
Mama lacht. "Dat zijn de bloemen."
Luca wil naar buiten. "Buiten, mama!"
"Goed idee, laten we gaan!" zegt mama. Ze pakken hun jassen en schoenen.
Buiten is het warm. "Kijk, mama! Bijen!" zegt Luca en hij wijst naar een bij die zoemt.
"Ja, die werken hard," zegt mama. "Ze maken honing."
Luca zegt: "Honing, lekker!"
"Ja, heel lekker," zegt mama.
Luca ziet een vlinder. "Mama, kijk!"
"Wat een mooie vlinder," zegt mama.
De vlinder fladdert. Luca lacht. "Vlieg, vlieg!" roept hij.
Mama zegt: "De lente is leuk, hè?"
"Ja, leuk!" zegt Luca.
Ze zitten samen op het gras. "Mama, meer bloemen!" zegt Luca.
"Ja, veel bloemen," zegt mama.
Luca kijkt naar de lucht. "Blauw, mama!"
"Ja, de lucht is blauw," zegt mama.
Luca en mama genieten van de lente. "Lente is fijn," zegt Luca.
"Ja, heel fijn," zegt mama.