Lily is een klein meisje. Ze is één jaar oud. Het is lente! De zon schijnt. De bloemen bloeien. Lily kijkt naar buiten.
"Wat zie ik?" vraagt Lily. "Kijk, daar zijn de vogels!" De vogels fluiten. Ze bouwen hun nesten. "Kiep, kiep," zeggen de vogeltjes. Lily lacht.
"Hallo, vogeltjes!" roept Lily. "Wat zijn jullie druk!" De vogeltjes fladderen. Ze zijn blij. Lily is ook blij.
Lily gaat naar de tuin. Daar zijn de bijen. Zoem, zoem, zoemen de bijen. "Wat doen jullie, bijen?" vraagt Lily. "Zoeken jullie bloemen?"
"Ja, ja!" zegt een bij. "We verzamelen nectar. We maken honing!" Lily klapt in haar handen. "Honing is lekker!"
Lily ziet ook een vlinder. De vlinder danst in de lucht. "Kijk, een vlinder!" zegt Lily. "Hij is mooi!" De vlinder fladdert van bloem naar bloem.
Lily voelt de zachte wind. "De lente is fijn," zegt ze. "Alles leeft weer!" Ze plukt een bloem. "Voor mama!" zegt ze.
Mama komt naar buiten. "Wat heb je, Lily?" vraagt mama. "Een bloem voor jou!" zegt Lily. Mama glimlacht. "Dank je, liefje."
Lily en mama zitten op het gras. Ze kijken naar de vogels, bijen en vlinders. "De natuur is mooi," zegt mama. "Ja, heel mooi!" zegt Lily.
De lente is een tijd van leven. Lily leert van de dieren. Ze is gelukkig. "Ik hou van de lente!" zegt Lily. En dat doet ze echt.