Kijk, Finn en Sam spelen buiten. Het is lente. De zon schijnt. De lucht is blauw. Finn wijst naar de lucht. "Kijk, vogels!" zegt Finn. "Ja, vogeltjes!" roept Sam. Ze fladderen vrolijk rond.
Op het gras zien ze een bij. "Bzzzz", zoemt de bij. "Wat doet de bij?" vraagt Sam. "De bij zoekt bloemen", zegt Finn. Ze kijken naar de bloemen. Roze, geel, rood. Mooi en kleurrijk.
Finns mama komt naar buiten. "Laten we bloemen planten", zegt ze. Finn en Sam helpen mee. Ze graven kleine kuiltjes. Ze stoppen zaadjes in de grond. Finn zegt: "Nu water geven." Mama giet voorzichtig water.
Sam ziet een klein konijntje. "Konijn!" roept hij. Het konijntje huppelt blij. "Hallo, konijn", zegt Finn. "Kom mee spelen!" Maar het konijntje rent snel weg.
Sam lacht. "Dag, konijn!" zegt hij. Mama zegt: "Lente is mooi. De vogels, de bijen, de bloemen. Alles groeit."
Finn en Sam knikken. Ze rennen over het gras. De zon voelt warm. De wind is zacht. "Lente is leuk", zegt Finn. "Ja, heel leuk", zegt Sam.
Samen genieten ze van de lente. Ze leren over de natuur. Ze zien hoe alles groeit en bloeit. Lente maakt blij, vinden ze.