Lente is hier! De zon schijnt vrolijk. De meisjes zijn blij. Ze rennen naar buiten. "Kijk, kijk!" zegt Lila. "De bloemen bloeien!"
De meisjes zien gele bloemen. "Geel is mooi!" roept Sara. "En kijk naar de groene blaadjes!" zegt Emma. De bomen zijn groen. De lucht is blauw.
"Wat gaan we doen?" vraagt Lila. "We gaan spelen!" zegt Sara. "Ja, spelen in de tuin!" roept Emma.
Ze rennen naar de tuin. De tuin is groot en mooi. Overal zijn bloemen. "Ruik de bloemen!" zegt Lila. "Ze ruiken lekker!" De meisjes ruiken de bloemen. "Hmm, heerlijk!" zeggen ze samen.
"Wat nog meer?" vraagt Sara. "We kunnen de vogels horen!" zegt Emma. "Kijk, daar is een vogel!" De meisjes wijzen naar de lucht. "De vogel zingt!" roept Lila. Ze luisteren naar het gezang. "Zo mooi!" zeggen de meisjes.
"Wat is er nog meer in de lente?" vraagt Sara. "We kunnen de bijen zien!" zegt Emma. "Ja, de bijen zijn druk!" zegt Lila. "Ze vliegen van bloem naar bloem."
De meisjes kijken naar de bijen. "Ze werken hard!" zeggen ze. "Ja, ze maken honing!" zegt Sara.
"We kunnen ook een lente schoonmaak doen!" zegt Emma. "Wat is dat?" vraagt Lila. "We maken de tuin schoon!" zegt Sara.
De meisjes pakken kleine schopjes en gaan aan de slag. "Hup, hup!" roept Lila. "Laten we werken!" De meisjes maken de tuin schoon. Ze lachen en zingen. "Lente is leuk!" zeggen ze.
De tuin is nu mooi en schoon. "Kijk, kijk!" zegt Emma. "De bloemen zijn blij!" De meisjes kijken naar de bloemen. "Ja, de bloemen lachen!" zegt Lila.
"Wat een fijne dag!" zegt Sara. "Lente is een fijne tijd!" zegt Emma. De meisjes rennen en spelen in de mooie tuin. "We houden van de lente!" roepen ze. "Ja, de lente is geweldig!"
De zon schijnt nog steeds. De meisjes zijn gelukkig. "Tot morgen, bloemen!" zeggen ze. "Tot morgen, bijen!" roepen ze. En ze rennen naar huis.