Lieve kleine Lars loopt in de tuin. De zon schijnt. De bloemen bloeien. "Kijk, mama! Bloemen," zegt Lars. Mama lacht en knikt. "Ja, Lars, mooie bloemen."
Lars ziet een vlinder. "Vlinder, hallo!" roept Lars. Vlinder fladdert en vliegt weg. Lars zwaait. "Dag, vlinder!"
In het gras ziet Lars een klein geel kuikentje. "Kuiken, piep piep," zegt Lars zachtjes. Kuiken piept terug. Lars lacht.
Mama wijst naar de bomen. "Luister, Lars. Vogels zingen." Lars luistert. "Tjilp, tjilp," zingen de vogels. Lars klapt in zijn handjes. "Vogels zingen mooi," zegt hij.
Lars vindt een stok. Hij tekent in het zand. "Ik maak een zon," zegt Lars. Mama kijkt. "Mooi gedaan, Lars," zegt ze.
Lars zit op het gras. Hij kijkt naar de wolken. "Die wolk lijkt op een schaap," zegt Lars. Mama glimlacht. "Ja, Lars. Een wolk-schaap."
Lars voelt zich blij. De tuin is vol lente. "Lente is leuk," zegt Lars. Mama knuffelt hem. "Ja, Lars. Lente is mooi en leuk."