Klein Konijntje wordt wakker. De zon schijnt. Het is lente. "HĂ©, kijk!" zegt Klein Konijntje. "Bloemen in de tuin!" Klein Konijntje is blij.
Klein Konijntje huppelt naar Mama Konijn. "Mama, kijk! Bloemen!" roept hij. Mama Konijn lacht. "Ja, dat is de lente," zegt ze. "Wil je bloemen planten?"
Klein Konijntje knikt. "Ja, dat wil ik!" Samen met Mama Konijn plant hij bloemen. Ze graven met hun pootjes. Ze stoppen zaadjes in de grond. Klein Konijntje vindt het leuk.
"Zullen we naar het bos gaan?" vraagt Mama Konijn. "Ja!" roept Klein Konijntje. In het bos ziet hij groene blaadjes. Kleine vogels fluiten. "Luister, mama! Vogeltjes zingen!" zegt hij.
Ze lopen verder. "Kijk, eieren!" roept Klein Konijntje. "Kunnen we een eierspeurtocht doen?" Mama Konijn lacht. "Ja, we zoeken eieren," zegt ze.
Klein Konijntje vindt een ei onder een struik. "Hier is een ei!" roept hij blij. "Goed gedaan!" zegt Mama Konijn. Ze zoeken nog meer eieren.
Na de speurtocht gaan ze naar huis. "Wat was de lente leuk," zegt Klein Konijntje. "Ja," zegt Mama Konijn. "De lente is mooi."
Klein Konijntje geeuwt. "Moe," zegt hij. Mama Konijn knuffelt hem. "Slaap lekker, Klein Konijntje," zegt ze zacht. Klein Konijntje valt in slaap, met dromen van bloemen en lentegeluiden.