Er was eens een vriendelijke man genaamd Felix. Felix woonde in een klein huisje omgeven door kleurrijke bloemen en hoge bomen. Op een dag, terwijl hij in zijn tuin werkte, hoorde hij een zacht gefluister.
“Help me, Felix!” zei een kleine, glinsterende elf. “Ik ben verdwaald!”
Felix knielde en vroeg: “Wat is jouw naam?”
“Ik ben Lila,” antwoordde de elf. “Ik kan niet naar huis zonder mijn gouden sleutel.”
Felix dacht na. “Ik zal je helpen, Lila!” zei hij met een grote glimlach.
Samen zochten ze in de tuin. “Kijk daar!” riep Lila. “Onder die grote rozen!”
Felix vond de gouden sleutel. “Hier is hij!” zei hij blij.
Lila danste van vreugde. “Dank je, Felix! Jij bent een echte vriend!”
En zo vloog Lila naar huis, met de gouden sleutel in haar hand. Felix voelde zich blij. De zon scheen helder en de bloemen bloeiden nog mooier.
“Vriendelijkheid maakt ons gelukkig!” dacht Felix.
En zo leefde hij nog lang en gelukkig.