Kleine Draakje was bang in het donker. "Mama, het is zo donker!" piepte Draakje. Mama Draak glimlachte. "Kom, Draakje. Kijk, het is tijd voor een spelletje."
Mama Draak pakte een zacht lichtje. "Zie je, Draakje?" zei ze zacht. "Het lichtje maakt het minder donker." Draakje keek naar het lichtje. "Oh, dat is mooi!" zei Draakje blij.
Mama Draak gaf Draakje een knuffel. "Als je bang bent, denk aan iets leuks," zei ze. Draakje dacht aan regenbogen en vriendjes. "Ik voel me beter," fluisterde Draakje.
Samen maakten ze een rustig liedje. "Lalala," zongen ze zachtjes. Het donker was niet meer eng. Draakje glimlachte. "Dank je, Mama. Ik ben niet meer bang."
Mama Draak gaf Draakje nog een knuffel. "Je bent dapper, Draakje. Het donker is nu je vriend." Draakje knikte blij. "Ja, het donker is mijn vriend."
En zo leerde Draakje dat het donker niet eng was, maar vol mooie dromen.