Luna en haar vriendinnetje Mia zitten samen in de klas. De zon schijnt door het raam en alles is warm en vriendelijk. Maar als het donker wordt, voelt Luna zich soms een beetje bang.
"Mia, ben jij ook bang in het donker?" vraagt Luna.
Mia schudt haar hoofd. "Nee, Luna! Het is gewoon donker. Kijk, de sterren zijn mooi!"
Luna kijkt naar het raam. "Ja, de sterren zijn mooi!" zegt ze.
De juf komt binnen. "Vandaag leren we over het donker," zegt ze met een glimlach. "Het donker is niet eng, het is gewoon anders."
De juf laat een lampje zien. "Dit is een nachtlampje. Het maakt het donker een beetje minder donker."
Luna kijkt naar het lampje. "Ik wil ook een nachtlampje!" zegt ze blij.
De juf zegt: "We gaan samen een verhaal vertellen. Als het donker is, kunnen we onze ogen dichtdoen en dromen."
Luna en Mia doen hun ogen dicht. "Droom je iets moois, Mia?" vraagt Luna.
"Ja! Ik droom van een grote, vriendelijke maan!" zegt Mia.
Luna lacht. "Ik ook! De maan is niet eng."
De juf zegt: "Als je bang bent, denk aan de sterren en de maan. Ze zijn er altijd."
Luna voelt zich beter. "Dank je, juf!" zegt ze.
Als het donker wordt, kijkt Luna naar haar nachtlampje. "Het is gezellig," zegt ze.
Mia zegt: "Ja, we zijn dapper! We zijn niet bang!"
Luna knikt. "Ja, we zijn dapper in het donker!"
En zo, met een glimlach, gaat Luna slapen, blij en gerustgesteld.