Boekie was een klein, vrolijk boek. Hij woonde op een plank in de klas. Elke dag keken kinderen naar zijn mooie plaatjes. Maar als het donker werd, was Boekie een beetje bang. De kast ging dicht, en het was stil. "Ik vind het donker eng," fluisterde Boekie.
Op een dag op school vertelde juf Anna een verhaal. "Vandaag leren we over het donker," zei ze met een glimlach. De kinderen zaten in een kring. "Boekie, kom erbij!" riep Lotte, een klein meisje.
Juf Anna las een verhaal voor over een moedige kleine beer. De beer was bang voor het donker, net als Boekie. "Kijk," zei juf Anna, "de beer heeft een klein lampje. Dat maakt hem blij!"
Boekie luisterde goed. "Misschien helpt een lampje mij ook," dacht hij.
Na schooltijd, toen de kinderen naar huis gingen, bleef Boekie denken aan het verhaal. "Ik ga het proberen," besloot hij.
Die avond, toen de kast dicht ging, zag Boekie een klein lichtje. Het kwam van het raam. Het maanlicht scheen zacht naar binnen. "Wat mooi," zuchtte Boekie rustig.
De volgende dag in de klas zei juf Anna: "Wie wil vertellen over zijn nacht?" Lotte stak haar hand op. "Ik was eerst bang," zei ze zachtjes, "maar toen knuffelde ik mijn pop, en dat hielp!"
Boekie glimlachte in zichzelf. "Ik was ook bang," dacht hij, "maar nu voel ik me beter met het maanlicht."
Elke avond keek Boekie naar het maanlicht. Hij voelde zich steeds weer wat moediger. "Het donker is niet zo eng," fluisterde hij blij.
En zo leerde Boekie dat het donker ook mooie dingen kan brengen. Met verhalen en een klein beetje licht werden nachten minder eng en zelfs fijn.