Bobby de Beer zat in zijn warme bedje. Het was nacht en alles was stil. Maar Bobby voelde zich een beetje bang. "Wat is er in het donker?" vroeg hij zachtjes.
Plotseling hoorde hij een zacht geluid. "Wie is daar?" vroeg Bobby met een trillende stem. Het was zijn vriendje Lila, het lichtjeselfje. "Hallo, Bobby!" zei Lila met een vrolijke stem. "Ik ben hier om je te helpen!"
Bobby keek naar Lila. Ze had mooie, glinsterende vleugels en een stralend lichtje. "Waarom ben je hier, Lila?" vroeg Bobby nieuwsgierig. "Ik ben hier om je te laten zien dat het donker niet eng is," zei Lila. "Kijk om je heen!"
Bobby keek rond in zijn kamer. De muren waren versierd met sterren en de gordijnen waren blauw, als de nachtelijke lucht. "Het is mooi," zei Bobby met een glimlach. "Maar het is nog steeds donker."
Lila glimlachte. "Dat klopt, maar ik kan je helpen. Kijk!" Ze fladderde rond en maakte kleine lichtjes in de lucht. "Zie je? Het donker kan ook leuk zijn!"
Bobby voelde zich al iets beter. "Ja, het is leuk! Maar wat als ik bang word?" vroeg hij. Lila antwoordde: "Als je bang bent, kun je altijd aan mij denken. Ik ben hier bij jou."
Bobby knikte. "Dank je, Lila. Jij maakt het donker minder eng." Lila lachte. "En je kunt altijd je knuffelbeer knuffelen. Dat helpt ook!"
Bobby knuffelde zijn knuffelbeer stevig. "Ik voel me beter nu. Het donker is minder eng met jou en mijn beer."
"Ja!" zei Lila. "En je kunt altijd dromen van sterren en avonturen. Dat maakt de nacht mooi!"
Bobby sloot zijn ogen en voelde zich veilig. Met Lila en zijn knuffelbeer was de nacht helemaal niet zo eng. "Dank je, Lila," fluisterde hij. "Ik hou van de nacht!"
En zo viel Bobby in een rustige slaap, omringd door sterren en het warme licht van zijn vriendje, het lichtjeselfje.