In een klein, gezellig huisje woonde een vrolijke, blauwe sneeuwbal. De sneeuwbal heette Binky. Binky was niet zomaar een sneeuwbal. Hij was een actieve sneeuwbal die hield van spelen en helpen. Het was winter en de lucht was koud. Binky voelde het. “Ik ga helpen!” zei Binky blij.
Binky rolde naar de tuin. De tuin was bedekt met een dikke laag sneeuw. “Kijk, wat een mooie sneeuw!” zei Binky. “Maar we moeten het tuinhek maken!” Binky begon te rollen en te duwen. “Kom op, tuinhek, laten we sterk zijn!” riep hij.
Het tuinhek was een beetje wankel. “Binky, help me!” zei het tuinhek. “Ik wil stevig blijven staan in de winter.” Binky duwde en duwde. “Ja, tuinhuisje! Samen zijn we sterk!” zei hij enthousiast. Met een laatste duw stond het tuinhek weer rechtop. “Dank je, Binky!” zei het tuinhek. Binky voelde zich trots.
Na de tuin was het tijd om binnen te helpen. Binky rolde naar de deur. “Ik ga de deur versieren!” zei hij. Hij vond een mooie, rode strik. “Dit is perfect!” zei Binky en hij bond de strik om de deurknop. “Wat een mooie deur!” zei de deur. “Dank je, Binky!”
Binky was blij. “Nu is het tijd voor de feestdagen!” zei hij. Hij rolde naar de woonkamer. Daar stonden de kleurrijke kerstversieringen. “Laten we de boom versieren!” zei Binky. Hij hielp de ballen en slingers ophangen. “Wat een mooie boom!” zei de boom. “Dank je, Binky!”
Binky voelde zich warm van binnen. “Winter is zo leuk!” zei hij. “Ik hou van het helpen en de feesten!” De sneeuw buiten viel zachtjes. Binky keek naar de sneeuw en glimlachte. “Laten we samen genieten van de winter!” zei hij.
En zo, met een vrolijke hart, hielp Binky zijn huisje en zijn tuin klaar voor de winter. De sneeuwbal was een echte winterheld!