In het verre, verre universum, was er een slimme astronaut. Ze heette Anna. Anna had een groot, blinkend ruimteschip. Het schip kon heel snel vliegen. Vroem, vroem, zoef!
Anna vloog naar ver sterren. Ze zag grote, rode planeten. De planeten waren mooi. "Kijk, sterren!" zei Anna blij. De sterren twinkelden vrolijk.
Op een dag zag Anna iets speciaals. Het was een groene planeet. "Laten we daar gaan kijken!" zei Anna. Ze landde haar schip heel zachtjes. De grond was blauw. Blauwe grond, hoe grappig!
Op de planeet zag Anna kleine, grappige vriendjes. Zij zwaaiden vrolijk. "Hallo!" riep Anna. "Hallo, Anna!" riepen de vriendjes. Samen speelden ze. Ze dansten en lachten. "Dit is leuk," zei Anna.
Toen het tijd was om te gaan slapen, vloog Anna terug. "Dag, vriendjes!" zei Anna. "Tot ziens!" riepen de vriendjes. Anna was heel blij. Ze droomde van sterren en nieuwe avonturen. De sterren twinkelden, en alles was rustig en goed.