Lukas is een klein jongetje van 18 maanden. Het is lente! De zon schijnt, en de bloemen bloeien. Lukas kijkt naar buiten. "Wat een mooie dag!" zegt hij blij.
Zijn mama zegt: "Laten we naar het park gaan, Lukas. We gaan de lente vieren!" Lukas klapt in zijn handen. "Ja, mama! Lente, lente!"
In het park ziet Lukas groene bomen. "Kijk, mama! Groene bomen!" zegt hij. De bladeren ritselen in de wind. "Ja, schat. De bomen zijn blij!" zegt zijn mama.
Lukas rent naar de bloemen. "Roze bloemen! Gele bloemen!" roept hij. "Ja, mooie bloemen!" zegt zijn mama. Lukas ruikt aan een bloem. "Hmm, lekker!" zegt hij met een grote glimlach.
Bij het park zijn andere kinderen. Ze spelen met ballen en vliegers. "Wil je met ons spelen?" vraagt een meisje. "Ja!" zegt Lukas enthousiast. Hij rent naar de kinderen. Ze lachen en rennen samen. "Lente is leuk!" zegt een jongen. "Ja, heel leuk!" roept Lukas.
Na het spelen maakt mama een picknick. "Tijd om te eten, Lukas!" zegt ze. Ze hebben sandwiches en fruit. "Yummy!" zegt Lukas. Hij neemt een hap. "Lekker, mama!"
Na de picknick zien ze een vlinder. "Kijk, mama! Een mooie vlinder!" zegt Lukas. "Ja, een lentevlinder!" zegt zijn mama. De vlinder fladdert van bloem naar bloem.
Lukas zwaait naar de vlinder. "Dag, vlinder!" roept hij. De vlinder vliegt weg. Lukas lacht. "Lente is fijn, mama!" zegt hij. "Ja, schat. Lente is fijn."
Lukas en zijn mama wandelen naar huis. "We hebben veel geleerd vandaag," zegt mama. "Ja, lente is leuk!" zegt Lukas.
En zo eindigt een mooie lentedag.