Tommy gaat op vakantie. Het is zomer! De zon schijnt. De lucht is blauw. Tommy is één jaar oud. Hij lacht en speelt.
“Dag mama! Dag papa!” roept Tommy. Zijn mama en papa lachen terug. “We gaan naar het strand!” zegt mama. “Ja, naar het zand!” zegt papa. Tommy klapt in zijn handen.
Bij het strand is het warm. Het zand is zacht. Tommy voelt het zand met zijn kleine voetjes. “Voetjes in het zand!” zegt hij blij. Papa maakt een zandkasteel. “Kijk Tommy, een kasteel!” zegt papa. Tommy kijkt en lacht. “Kasteel! Kasteel!” roept hij.
Tommy ziet de zee. De golven komen en gaan. “Wauw!” zegt hij. Mama pakt Tommy op. “We gaan naar de zee!” zegt ze. Het water is fris. Tommy spettert met zijn handjes. “Spetteren! Spetteren!” lacht hij.
Na het spelen is het tijd voor een picknick. Mama haalt de boterhammen tevoorschijn. “Etenstijd!” zegt ze. Tommy eet met grote hapjes. “Yummy!” zegt hij.
De zon gaat onder. Het is tijd om naar huis te gaan. “Wat een leuke dag!” zegt papa. Tommy knikt. “Leuk! Leuk!” zegt hij.
Tommy is blij. Hij houdt van de zomer. Hij houdt van zijn mama en papa. “Tot morgen, strand!” zegt hij.
De vakantie is fijn. Samen spelen is het leukste!