Tom, Sam en Max gaan samen op vakantie.
Tom zegt: “Kijk, de zon schijnt!”
Sam lacht: “Zullen we naar het park gaan?”
Max roept blij: “Ja, naar het park!”
Mama zegt: “We nemen brood en water mee.”
Iedereen trekt schoenen aan.
Tom helpt Max.
Max lacht: “Dank je, Tom!”
Ze lopen samen naar het park.
Ze zien bloemen, vogels en bomen.
Tom zegt: “Kijk een vlinder!”
Sam wijst: “Daar een hondje!”
Max klapt in zijn handen.
Ze gaan op het gras zitten.
Mama zegt: “Laten we samen eten.”
Ze eten brood en drinken water.
Iedereen lacht.
Ze voelen zich fijn.
Na het eten rennen ze rond.
Tom loopt snel.
Sam springt.
Max lacht en zwaait.
Als het tijd is om naar huis te gaan, zegt mama: “Wat een fijne dag!”
Tom zegt: “Samen vakantie is leuk.”
Sam zegt: “Morgen weer?”
Max zegt: “Ja, samen spelen!”
Samen zijn is fijn. Elke dag een beetje vakantie.