Op een warme zomerdag ging de kleine Lisa met mama naar het strand. Ze had haar blauwe emmer en schep bij zich. "Plons, plons," zei Lisa blij toen de golven zachtjes aan haar teentjes tikten. De zon scheen fel en gaf een warme knuffel. "Zand is zacht," zei mama, terwijl ze samen een zandkasteel bouwden.
Lisa hoorde de meeuwen boven haar hoofd. "Wauw, kijk mama!" riep ze, terwijl ze haar handjes omhoog stak. De meeuwen riepen vrolijk "kraa, kraa" terug. De zee was groot en blauw. Lisa voelde zich klein, maar ook heel blij.
Mama bracht een stuk watermeloen mee. "Smak, smak," kauwde Lisa met volle teugen. De sapjes drupten over haar kin. "Lekker hè?" vroeg mama. Lisa knikte enthousiast en gaf mama een kleverige knuffel.
Lisa zag andere kindjes spelen met een bal. "Wil je meedoen?" vroeg mama. Lisa pakte de bal en gooide deze naar een jongetje. "Hop, hop," sprong de bal vrolijk. Samen lachten ze en renden over het zand.
De zon begon langzaam onder te gaan, en de lucht werd roze en oranje. "Tijd om te gaan," zei mama zachtjes. Lisa nam haar emmertje. Ze voelde zich moe maar gelukkig. "Morgen weer?" vroeg ze hoopvol.
Mama lachte en knikte. Ze gingen hand in hand naar huis. Het zand zat nog tussen Lisa's tenen, en ze was een beetje slaperig. Maar dat was helemaal niet erg. Vandaag was een fijne dag.
Elke zomerdag is gevuld met wonderen, als je maar kijkt.