Milo is twee jaar. Het is zomervakantie. De zon is warm. De lucht is blauw.
Milo loopt op blote voeten in de tuin. Het gras kietelt. “Hihi,” lacht Milo. Mama zit erbij op een kleed. Papa smeert broodjes. “Smak-smak,” zegt Milo.
Er staat een klein badje. Papa vult het met water. “Plas-plas,” doet de slang. Milo kijkt. “Mag ik?” zegt Milo. “Ja,” zegt papa.
Milo stapt erin. “Plons!” Het water is koel. Milo klapt in zijn handen. “Spetter-spetter!” zegt hij. Mama geeft een gele eend. “Kwak-kwak,” zegt Milo.
Dan ziet Milo een rode emmer. Hij wil water dragen. Hij tilt. Het is zwaar. Milo maakt een klein gezicht. Mama komt dicht bij hem. “Ik help,” zegt mama. Samen tillen ze. “Hop!” Het water gaat in de gieter.
Milo giet bij de bloemen. “Sss,” doet het water. De bloemen staan rechtop. Milo voelt zich groot. Papa geeft een ijsje. “Brr,” zegt Milo, en hij lacht.
's Avonds zitten ze buiten. De lucht ruikt zoet. Milo geeuwt. “Slaap,” zegt mama. Milo knuffelt en sluit zijn ogen.
Samen proberen en samen helpen maakt elke zomerdag fijn.