Lucas wordt wakker. De zon schijnt in zijn kamer. Papa zegt: “Het is zomer, Lucas!” Lucas lacht. Hij voelt zich blij. Zijn teddybeer lacht ook.
Lucas eet een boterham met jam. De jam is zoet en rood. Mama geeft hem een beker water. “Mmm, lekker koud,” zegt Lucas.
Buiten voelt Lucas het gras aan zijn voeten. Het gras is zacht en een beetje nat. De lucht ruikt fris. Lucas hoort de vogels zingen. Hij zwaait naar een vlinder. De vlinder vliegt weg.
Lucas speelt met een bal. De bal stuitert. “Kijk, papa!” roept Lucas. Papa klapt in zijn handen. Lucas lacht hard. De bal rolt in het zand. Lucas maakt een toren van nat zand. Het zand plakt aan zijn handen. Mama helpt zijn handen schoonmaken.
Lucas is een beetje moe. Hij zit op mama's schoot. Mama aait zijn haar. Lucas voelt zich veilig en fijn.
Elke dag op vakantie is leuk.
Samen dingen doen en proberen maakt je blij en groot.