Het is een zonnige dag. Anna mag naar het strand met mama en papa. De lucht is blauw en de zon is warm. Anna heeft haar hoed op. Mama smeert zonnemelk op Anna's armen. "Nu ben je veilig," zegt mama.
Anna loopt op het zand. Het zand is zacht en warm. Ze lacht. "Zand is leuk," zegt Anna. Papa helpt Anna een zandkasteel maken. Ze gebruiken een emmer en een schepje. "Kijk, een kasteel!" roept Anna blij.
Na het spelen, is het tijd voor een picknick. Mama heeft broodjes en fruit. Anna eet een banaan. "Banaan is lekker," zegt ze. De zee ruist zachtjes. Anna vindt het geluid mooi. Ze voelt zich blij en rustig.
Anna ziet een meeuw vliegen. "Meeuw!" roept ze. De meeuw maakt een geluid. Anna lacht en klapt in haar handjes. "Dag meeuw," zegt papa. Anna zwaait naar de meeuw.
Anna wil in het water. Mama loopt mee. De golven zijn klein en zacht. "Water is nat," zegt Anna. Ze spettert en springt. "Springen is leuk," zegt mama. Anna lacht.
Na een tijdje is het tijd om naar huis te gaan. Anna is moe. Ze zit in de auto en sluit haar ogen. "Vandaag was leuk," zegt ze zachtjes.
Op het strand leert Anna dat ze kan spelen en ontdekken. Ze leert dat elke dag nieuwe dingen brengt.