Lotte is een klein meisje. Het is zomervakantie. Lotte gaat naar het kamp. Ze is blij. "Wat gaan we doen?" vraagt Lotte. De juf zegt: "We gaan spelen en knutselen!"
Lotte ontmoet nieuwe vriendjes. "Hallo!" zegt Lotte. "Ik ben Lotte." "Ik ben Sam," zegt een jongen. "Laten we samen spelen!"
Ze rennen naar het gras. Ze spelen met de bal. "Gooi de bal!" roept Sam. Lotte gooit de bal. De bal rolt weg. "Hahaha, wat leuk!" lachen ze.
Na het spelen gaan ze knutselen. Lotte krijgt papier en verf. "Kijk, ik maak een zon!" zegt Lotte. Sam maakt een boom. "Mooi!" zegt Lotte.
Tijdens de lunch eten ze boterhammen. "Ik heb kaas," zegt Lotte. "Ik heb jam," zegt Sam. Ze delen hun eten. "Lekker!" zeggen ze samen.
De dagen gaan snel. Lotte leert veel. Ze leert dansen en zingen. "Dit is leuk!" zegt ze. Lotte maakt veel vriendjes. Ze zijn allemaal blij.
Aan het einde van de vakantie zegt Lotte: "Wat een fijne tijd!" Ze knuffelt haar vriendjes. "Tot ziens!" zegt Lotte. "Tot de volgende zomer!"