Laten we op een zonnige dag naar de speeltuin gaan. De lucht is blauw en de zon schijnt. Tim en Lila zijn daar. Ze zijn blij.
"Hallo, Lila!" zegt Tim. "Laten we spelen!"
"Ja, Tim!" zegt Lila. "Wat gaan we doen?"
Ze kijken naar de glijbaan. De glijbaan is groot en geel. Tim klimt omhoog. Lila volgt hem.
"Ik ben boven!" roept Tim. "Kom snel!"
Lila klimt snel. Ze is ook boven. Ze lachen samen.
"3, 2, 1, glijden!" roepen ze. Ze glijden snel naar beneden. Zo leuk!
"Nog een keer!" zegt Lila. Ze rennen weer omhoog.
Bovenaan de glijbaan zeggen ze: "3, 2, 1, glijden!"
Ze glijden weer. Dit is zo leuk!
Na het glijden zien ze een grote zandbak.
"Zullen we in het zand spelen?" vraagt Tim.
"Ja, laten we kastelen bouwen!" zegt Lila.
Ze beginnen met bouwen. Tim maakt grote torens. Lila maakt een mooie poort.
"Mooi, Lila!" zegt Tim.
"Jouw torens zijn hoog, Tim!" zegt Lila.
Ze lachen en spelen samen. Het is een fijne dag.
Na het zandspelen hebben ze dorst. "Laten we water drinken," zegt Tim.
"Ja, goed idee!" zegt Lila.
Ze drinken water en rusten even uit.
"Wat een leuke dag!" zegt Tim.
"Ja, ik heb veel plezier gehad," zegt Lila.
Ze kijken naar de zon. Het is tijd om naar huis te gaan.
"We komen terug!" zeggen ze samen.
De zomer is leuk. Vrienden maken het nog leuker.