Lieve en Noor spelen samen in de kamer. Plots zegt Lieve: “Waar is mijn rode bal?” Noor kijkt rond. De bal is weg! Dit is raar. De bal lag net nog naast de beer.
Samen zoeken ze. Noor kijkt onder de tafel. “Nee, geen bal,” zegt Noor. Lieve kijkt achter het kussen. “Hier ook niet,” zegt Lieve. Ze lachen. “De bal speelt verstoppertje!” roept Noor vrolijk.
Ze kruipen op handen en knieën. Ze kijken in de mand. Alleen blokken. Ze kijken naast de kast. Alleen een sok. Noor zegt: “Misschien weet Beer het!” Ze pakken de knuffelbeer op. Geen bal, maar Beer kijkt lief.
Dan kijkt Lieve onder het bed. “Kijk, Noor!” roept ze. Noor komt snel. Daar ligt de rode bal! Half onder het bed, naast een schoen. Lieve pakt de bal. “Hallo bal!” zegt ze blij.
Noor lacht. “De bal had zich verstopt! Slimme bal!” Lieve zegt: “Dankjewel voor het zoeken, Noor.” Noor zegt: “Samen zoeken is fijn!”
Ze geven elkaar een knuffel. De bal mag nu meespelen. Iedereen is blij. Ze dansen samen met de bal.
Met elkaar zoeken is leuk. Samen oplossen is fijn!